Spring naar inhoud

Atjeh

Het opstandige gewest in Noord Sumatra. Diverse familieleden die in het KNIL/O.I.L. dienden zijn ook in Atjeh geweest, waaronder C.W. van de Ven (overste; Fort Bath 1844 – Ginneken 1937) en zijn broer H.C.D. van de Ven (Kapt. kwartiermeester; Fort Bath 1847 – Ginneken 1915). Hun sporen zijn uitgewist, er is geen foto van hun Indische periode bewaard gebleven, behalve de conduitestaten in het Haagse Algemeen Rijksarchief die stilletjes getuigen van hun aanwezigheid daar.

Overgrootvader en KNIL-sergeant Gerardus Cornelis Arnoldus is er ook gestationeerd geweest. Weliswaar ongeveer 10 jaar na wat bekend staat als de pacificatie van Atjeh.
Van zijn periode aldaar is geen beeld bewaard gebleven. Ongeveer 70 jaar later zou ik er zelf een kijkje nemen en daarna is Atjeh nooit meer uit mijn gedachten geweest. Hoogtepunt: Peutjoet, de oude Europese begraafplaats in de voormalige hoofdstad Kota Radja.

In 1988
De toegangspoort tot Peutjoet, ca. 1910
In 1988

“Ken je de Indische krijgsgeschiedenis? Niet goed? Dat zou anders een rijke bron voor je kunnen zijn. We hebben nu ook ons bulletin van krijgsverrichtingen, maar dat zal ik je maar niet sturen., dat wordt bij mekaar gepend door Jan Kut en z’n maat… Maar als je op het kerkhof staat van Peutjut, weet je, en je ziet de namen die op de grafstenen staan, van zo’n Darlang, zo’n Webb, Scheepens, Vis, Campioni, en je stelt je weer voor hoe die kerels gevallen zijn, dan heb je geen spatje lef meer, dat verzeker ik je: dan sta je daar met je decoratie op je borst en je zegt: < UEd.’s onderdanige dienaar. UEd.’s onderdanige, kloterige dienaar.>”
(Uit: “Het Land van Herkomst”, Hoofdstuk 25, E. du Perron, 1935)

Graf soldatendominee Thenu

 

Pintu Khob (Kota Radja)
Gunongan in Banda Atjeh (Kota Radja)
Door de Nederlandse regering geschonken Moskee (1874)

 

Ver voor WO-2: Centrale monument Peutjoet voor generaal Pel
Zelfde plek (1988)

Koeta-Radja, Ingang Kerkhof (ansicht)