transparant copy  PENTALPHA

NH kerk Nw VossemeerVOORWOORD
Op 6 augustus 1852 is in Nieuw-Vossemeer dominee C.W. van de Ven afgezet door de Hervormde Synode.
Hij was de broer van mijn bet-bet-overgrootvader of, meer aanschouwelijk: broer van mijn overgrootvaders grootvader. Het dossier hierover heb ik in 1988 gelicht. De afzetting van ds. Van de Ven was onbekend in mijn familie. Na de dekolonisatie en het feit dat ik uit een ander deel van de familie stam dat ca. 1860 naar toenmalig Nederlands-Indië is vertrokken, is dat begrijpelijk.

Tijdens de eerste genealogische verkenningen van de familie Van de Ven in 1978, stuitte ik op deze geschiedenis. Inmiddels vele jaren later, heb ik nog steeds geen levende afstammelingen van dit familielid 'Van de Ven' kunnen vinden. Laat staan meer persoonlijk gerelateerde bronnen die er mogelijk nog zijn.
Zijn er nog afbeeldingen van deze dominee Van de Ven? Documenten? Overleveringen bij zijn afstammelingen?
Hopelijk komen die naar aanleiding van deze pagina alsnog te voorschijn. Mogelijk is het echte verhaal nog niet verteld en is een andere uitleg mogelijk.
Mijn doel is om te achterhalen waar ds. C.W. van de Ven heen is gegaan, om zijn afbeelding te vinden en zijn afstammelingen te traceren.

Wie was Cornelis Wilbert van de Ven?
Cornelis Wilbert van de Ven is gedoopt in de Grote Kerk (St. Jans Kathedraal) van Den Bosch op 27 september 1807, als zoon van Leendert Cornelis van de Ven Sr. en Louisa Schuphoven. In die tijd was de kathedraal nog in Protestantse handen. Getuige bij de doop was Christina van de Ven (in dezelfde kerk gedoopt in 1768), de zus van zijn vader. Familie Van de Ven woonde al sinds ca. 1750 in Den Bosch. Zijn grootvader, Albertus van de Ven (1737-1789) had de overstap gemaakt van een eeuwenlang verblijf van de familie in protestants Eindhoven, naar protestants Den Bosch. Dit was de periode waarin een kleine protestantse bovenlaag het sinds de Vrede van Munster (1648) voor het zeggen had in het generaliteitsgebied van Noord-Brabant.

Cornelis Wilbert was het 6e kind uit een gezin van 8 kinderen. Er is niets bekend over zijn jeugd. Het gezin waarin hij opgroeide moet wel tot de iets betere stand van Den Bosch hebben behoord. Het gezin woonde in het hart van Den Bosch in de wijk die ligt pal Achter het Stadhuis. Zijn vader zou er gedurende een reeks van jaren talloze functies en nevenfuncties vervullen en moet een voor die tijd (1800-1850) bekend ingezetene van Den Bosch zijn geweest. Zo vervulde zijn vader functies als klerk, deurwaarder en later vooral notaris. Er zijn talloze notariële actes in het Rijksarchief bewaard gebleven vanaf ca. 1802, waarop het familiewapen van fam. Van de Ven in lak is afgebeeld.
Ook een broer van Cornelis (Leendert Cornelis Jr.) zou vanaf ca. 1820 in Den Bosch als notaris optreden.

Huwelijk CW van de Ven Van Noujuijs 1833Op 19 juni 1833 trouwt Cornelis Wilbert in Roosendaal met Henrietta Catharina Digna van Nouhuijs. Zij is geboren in Zundert in 1801 en is een dochter van Goswinus van Nouhuijs en Anna Maria Bles. Schoonvader Goswinus is predikant van de N.H. gemeente in Roosendaal. Wellicht zegende hij hun huwelijk in. Eerder in datzelfde jaar, op 24 januari, is in Den Bosch Helena Christina van de Ven, een 6 jaar jongere zus van Cornelis Wilbert, met Johannes van Nouhuijs getrouwd. Zijn zwager Johannes van Nouhuijs  is op dat moment dus de broer van zijn a.s. vrouw Henrietta.

BathHet is na ruim 180 jaar moeilijk na te gaan hoe de familieomstandigheden omtreeks 1830 lagen. Hoe Cornelis zijn vrouw heeft ontmoet.
Of de familie streng in de leer was. Hoe de verhoudingen lagen. Er zijn geen persoonlijke documenten bewaard gebleven.

Cornelis Wilbert vestigt zich met zijn kersverse echtgenote als predikant in Fort Bath. Daar wordt binnen een jaar na hun huwelijk op 21 mei 1834 het eerste kind geboren en er zullen er nog vijf volgen, alle in Fort Bath (of ook: Rilland Bath) geboren tussen 1834 en 1847. Dat was ook precies het tijdvak waarin hij in Fort Bath predikant was. Deze kinderen zijn:

  1. Louisa van de Ven,    geboren Fort Bath 21 mei 1834
  2. Goswinus van de Ven,   geboren Fort Bath 30 juli 1836
  3. Anna Maria Marcella van de  Ven,  geboren Fort Bath 20 juli 1838
  4. Leendert Cornelis van de Ven,  geboren Fort Bath 24 augustus 1840
  5. Cornelis Wilbert van de Ven,  geboren Fort Bath 9 april 1844
  6. Henri Catherine Dignus van de Ven,  geboren Fort Bath 20 oktober 1847

Tot 2013 was van geen van allen ooit een afbeelding gevonden. In 2013 is een portret in uniform van Cornelis Wilbert getraceerd, en in 2014 van Henri Catherine Dignus. Van hen beide waren de graven in Ginneken al langer bekend,zij werden KNIL-officier en brachten het tot resp. luitenant-kolonel en kapitein en hebben onder andere deelgenomen aan krijgsverrichtingen in Atjeh. Nummer 4 stierf in 1861 in een veldhospitaal in Bandjermasin in Nederlands-Indië, mogelijk ook als KNIL-militair. Goswinus is de grote onbekende waarover niets bekend is. 

De afzetting en wat eraan vooraf ging
In de kerk van Nieuw-Vossemeer bevond zich omstreeks 1924 een bijbel waarin de afzetting genoemd wordt.
Het werk 'Genealogische en Heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Noord Brabant' door P.C. Bloys van Treslong Prins maakt hier melding van: "Voor in den bijbel van den preekstoel vindt men eene lijst van alle predikanten sinds 1849. Ter aanvulling van de lijst in het jaarboek van Van Alphen kan dienen dat : Ds. Cor.s. van de Ven werd door de Synode afgezet op 6 Augustus 1852".

In liefst 21 handgeschreven stukken met beraadslagingen van de Hervormde Synode over het tijdvak 21 december 1850 tot 29 oktober 1851 kan een beeld geschetst worden van de omstandigheden waardoor Cornelis Wilbert op 6 augustus 1852 is afgezet. Overigens wordt in het werk "Rilland, Bath en Maire in de loop der eeuwen" (P.J. Aarsen) als datum van afzetting 22 oktober 1851 genoemd.
De redenen waarom Cornelis Wilbert werd afgezet zijn divers:

- ongeoorloofde omgang met een meisje Van Poortvliet
- misbruik van sterken drank
- huiselijken twist
- dronken verschenen op het Heilig Avondmaal (1850)
- puinhoop van de administratie over 1849 en ongeoorloofde rekeningen
- ongeoorloofde benoemingen

Familieomstandigheden ca. 1850-1851
Geen verklaring, maar een mogelijke aanwijzing voor de gebeurtenissen tussen 1849 en 1852 zouden ingrijpende familie gebeurtenissen kunnen zijn.

  • Op 24 november 1848 overlijdt schoonmoeder Anna Maria van Nouhuijs-Bles, op 69 jarige leeftijd in Roosendaal
  • Op 18 april 1849 overlijdt de vader van Cornelis Wilbert op 79 jarige leeftijd in Den Bosch.
  • OP 18 december 1849 overlijdt schoonvader Goswinus van Nouhuijs, op 73 jarige leeftijd in Roosendaal
  • Op 29 maart 1850 overlijdt geheel onverwachts de broer van Cornelis, de succesvolle en geliefde notaris Leendert Cornelis, op 48 jarige leeftijd, met achterlating van 6 jonge kinderen in de leeftijd van 2 tot 10 jaar oud.
  • Albertus van de Ven, de oudere broer van Cornelis, die als goud- en zilvermid in de Verwerstraat zijn vak had uitgeoefend is om nu nog onbekende reden omstreeks 1850 met zijn gehele gezin naar Erp (bij Veghel) vertrokken, waar zijn schoonfamilie Rietman als belastinggaarders leefden. Mogelijk was er iets met zijn gezondheid? De broer overleed in Erp op 3 augustus 1852 op 54 jarige leeftijd, met achterlating van 8 kinderen in de leeftijd van 5 tot 21 jaar oud. De overlijdensdatum ligt slechts 3 dagen voordat Cornelis zelf door de synode zou worden afgezet.


Wat hebben de familieomstandigheden met Cornelis gedaan? Heeft het zijn gedrag beïnvloed?

De hervormde synode spreekt.
In liefst 14 met klein lettertype volgetikte A4-tjes staan de beraadslagingen van de Hervormde Synode die deze 'case' betreffen.
Teveel en te taai om allemaal op deze pagina te plaatsen, maar wel erg interessant om te volgen hoe geleidelijk de synode tot haar ingrijpende besluit komt. Onderstaand een verslag van één van de meest bepalende beraadslagingen, die van 30 oktober 1850.

                   N61 - Breda 30 October 1850

Aan kerkeraadsleden van Nieuwvossemeer (ouderlingen en diakenen)


Het Classicaal Bestuur van Breda gehoord hebbende het verslag der commissie van onderzoek omtrent de nadeelige zich verspreid hebbende geruchten nopens het zedelijke gedrag van ds. CW. van de Ven predikant te Nieuw-Vossemeer en Halsteren.

Gelet op de voor die commissie afgelegde getuigenissen van kerkeraads en gemeenteleden te Nieuw-Vossemaar en Halsteren eenparig van bezwarenden aard.


Gelet op de stukken waarbij gebleken is, wat ds. Van de Ven ten aanzien van zijne gedragingen die tot voornoemde geruchten aanleiding gegeven hebben, gemeend heeft te moeten erkennen of ontkennen.


Gelet op alle bijzonderheden die strekken om de bestaande verdenking wegens het bezoeken van het huis der weduwe Van Poortvliet te vermeerderen en blijken dragen van de halsstarrigheid waarmede ds. Van de Ven is voortgegaan met ergernis te geven aan de geheele gemeente, niettegenstaande het hem meermalen gebleken is, hoe groot die ergernis was en daaruit ook zoovele oneenigheden met zijne echtgenoote zijn ontstaan die van openbare bekendheid zijn geworden.


Overwegende hoe hij alzoo zijne pligten als Leeraar en Herder zijner gemeente en als echtgenoot en vader uit het oog heeeft verloren en ook de plegtigste beloften bij onderscheiden gelegenheden door hem gedaan hem niet hebben teruggehouden en voorttegaan met het geven derzelfde ergernis niettegenstaande het hem niet onbekend kon zijn hoe hij daardoor het nut, dat hij anders door zijn dienstwerk had kunnen stichten, verijdelde.


Overwegende dat het voornaamste der bezwaren een schandelijk misdrijf betreft, dat zeer zelden door oog getuigen kon worden bevestigd, waar omtrent welks bestaan nogtans gronden genoeg zijn voorgekomen om een morelen overtuiging te vestigen.

Overwegende dat de verdediging van ds. Van de Ven zich enkel heeft moeten bepalen tot eene bloote ontkenning der zaaken van de meest bezwarende bijzonderheden die door eenparige getuigenissen van kerkeraads en gemeenteleden zijn afgelegd niettegenstaande bij dezen gene blijk is opgemaakt van eenige kwade of vijandige gezindheid die hun getuigenis in eenig opzicht verdacht zou kunnen maken, maar veel meer blijken van het tegendeel, als hunne ondanks een gunstige getuigenis der waarheid moetende geven in het belang van de onder den bedroevende omstandigheden lijdende gemeente, aan welke zooveel ergernis gegeven is, als onder anderen bij de laatst gehoudenen bediening des H. Avondmaals.


Overwegende de nader ingekomen getuigenissen van kerkeraadsleden na het hun aanbevolen toezigt op den gedragingen van ds. Van de Ven na 23 sept. l.l. tot op 24 oct. en van drie gemeenteleden die op verzoek van ds. van de Ven mede dien aangaande schriftelijk getuigenis hebben gedaan, uit welke getuigenissen eenparig gebleken is dat hun na 23 sept. niets bekend is geworden, dat de bestaande bezwaren kon vermeerderen.

Overwegende dat na al het gebeurde er voor ds. Van de Ven redenen genoeg bestonden om zich in deze dagen zorgvuldig te wachten, voor alles wat zijne zaak zou moeten verzwaren en dit voor als nog geacht moet worden geen genoegzamer grond op te leveren voor het vertrouwen, dat hij zich op den duur voor verkeerde gedragingen en bijzonder voor zijne bezoeken aan het huis der weduwe Van Poortvliet zal blijven wachten.

Gelet op art. 51 van het gerevrd. reglement van kerkelijk opzigt en tucht, waarbij grond genoeg bestaat tot eene provisionele schorsing.
Gelet nogtans op den geest des reglements met den wensch om nog te beproeven of ds. Van de Ven duurzamer blijken moge geven van een beter gedrag en nauwlettende zorg om alle verdere ergernis te vermijden. Heeft vermeend voor als nog niet te moeten voortgaan tot den aangewezen en voor de hand liggende maatregel ziende vooral op hetgeen daarop veel ligt zou moeten volgen en waardoor niet alleen ds. Van de Ven maar ook zijne echtgenoote en zes kinderen zouden worden getroffen, maar zich thans nog te kunnen bepalen

1. tot eene ernstige laatste waarschuwing en wel meenende vermaning dat ds. Van de Ven nadenke over de dingen waarvan zijn geweten hem zal hebben te beschuldigen, zich deswege voor God verootmoedige en zijn berouw doen blijke, door een voortaan onberispeljke wandel en wel in het bijzonder door zoowel in zijn huis als buitenshuis zich te wachten voor het door hem erkende misbruik dat hij gemaakt heeft van sterken drank en voor alle ergernis door verdacht bezoek of omgang met het meisje J.P. van Poortvliet en volstandigen toeleg om niet slechts als Leeraar en Herder voor zijne gemeente, maar ook als echtgenoot en vader jegens zijne vrouw en zes kinderen zich te gedragen, zooals het betaamt, zijzonder ook gedenkende aan den heillozen invloed dien zulk een voorbeeld als hij gegeven heeft op de opvoeding zijner kinderen en in het algemeen voor de leden van zijn gezin en van zijne gemeente moet veroorzaken.

2. tot een stellen onder toezigt van ds. Van de Ven opgedragen zoo aan leden van den ring van Bergen op Zoom en bijzonder aan den consulent, als aan UeUe raadsleden van Nieuw Vossemeer met aanbeveling om bijzonder te letten op het gedrag van ds. Van de Ven met uitnoodiging om van elke verkeerde gedraging die ter hunner kennis mogt komen onverwijld kennis te geven aan het Classicaal Bestuur en in allen gevallen om de twee maanden berigt uit zenden nopens het gedrag van ds. Van de Ven totdat zulks bij nadere aanschrijving van het Classicaal Bestuur moge geoordeeld worden niet meer noodig te zijn.

3. tot het houden in suspens van de door de commissie ter beslissing geinstrueerde zaak van ds. Van de Ven, met voorbehouding, om bij het inkomen van ongunstige rapporten van hen aan wie het toezigt is opgedragen, op de zaak terug te komen en voorttegaan tot hetgeen het Classicaak bestuur vermeenen zal den pligt te zijn.

4. tot het houden in suspens van de verwijzing in den kosten van proces volgens de geextendeerde bepaling van art. 22 van het Reglement ter zake bij Synodale bepaling gesanctioneerd bij Z.M. besluit van 22 sept 1846 N49.
Zullende bij afschrift dezij kennis worden gegeven van den Preator van den ring van Bergen op Zoom, aan den consulent, aan kerkeraadsleden van Nieuw Vossemeer en aan ds. Van de Ven tot informatie.

Het Classicaal Bestuur voorn.
Namens hetzelve
De Praeses V. van Gogh
De Scriba C.I.U. van den Broek

 
Hoe het mogelijk verder verliep
De op 6 augustus 1852 afgezette dominee Van de Ven lijkt voor een nieuw leven ver weg te hebben gekozen.
We weten het niet helemaal zeker, omdat alle sporen in 1858 dood lopen.

Het derde kind uit het huwelijk van Cornelis Wilbert van de Ven met Henrietta van Nouhuijs heet Anna Maria Marcella van de Ven.  Zij is in 1864 26 jaar oud en trouwt op 15 oktober 1864 in Princenhage met Willem Frederik van der Linden.
In de trouwbescheiden moet van Anna ook een verklaring over haar vader worden opgenomen, maar dat kan ze uiteraard niet, want haar vader is dan al zo'n 12 à 13 jaar weg uit Nederland en de laatste berichten zijn 6 jaar oud, dat wil zeggen uit 1858.  

Er staat in de huwelijksacte geschreven:

                         "... meerderjarige dochter van den heer Cornelis Wilbert van de Ven,
ten wiens aanzien zij onder aflegging van eede verklaart, dat akte van
zijn overlijden buiten de mogelijkheid te zijn over te leggen,
omdat hij zich elf jaren geleden uit zijn woonplaats naar Alabama in
Noord Amerika heeft begeven; maar nog afwezig is en sinds zes jaren
niets meer van zich heeft doen hooren, zoodat zij niet weet of hij levens
of dood is of waar hij zich bevindt ..."

 
Uit gegevens over emigranten in de Verenigde Staten (National Archives and Records Administration, Microfilm M237, rol 123, line 25, listnr 116)
blijkt dat Cornelis Wilbert van de Ven inderdaad naar de Verenigde Staten is vertrokken. En wel in 1852.
Met het schip de Constantine (een bark van 1161 ton van de firma Brass & Co. uit Bristol) is hij onder kapitein Richard Duryee vanuit Liverpool naar de Verenigde Staten (New York) vertrokken, en daar op 22 februari 1853 aangekomen als enige Nederlander op een schip met 304 passagiers, voornamelijk Ieren en Engelsen, een enkele Duitser en enkele Amerikanen. Bij zijn beroep stond 'priest' vermeld en ook de leeftijd stond correct vermeld

Waarschijnlijk is hij vanuit New York naar de zuidelijke staat Alabama vertrokken, en dateren de laatste contacten tussen hem en de achtergebleven familie in (waarschijnlijk) Princenhage uit 1858. Daarna is niets meer van Cornelis Wilbert van de Ven bekend. Voorzover mij bekend.

De achtergebleven echtgenote van Cornelis Wilbert, blijkt niet te scheiden en overlijdt op 19 juni 1869 in Princenhage.
Haar graf of -locatie (Princenhage?) heb ik nooit kunnen traceren, waardoor een eventueel veelzeggende graftekst ontbreekt.

De enige van de 6 kinderen die aantoonbaar nageslacht heeft achtergelaten is Anna Maria Marcella van de Ven (1838- na 1910),  gehuwd in 1864 met W.F. van der Linden. Zij kregen 4 kinderen waaronder, veelzeggend, een zoon die op 28 november 1865 in Princenhage is geboren en de namen Cornelis Wilbert Henri ontvangt.
Een vernoeming naar de vader 'Cornelis Wilbert' van Anna? Of naar haar broer 'Cornelis Wilbert'? Het is mij niet bekend hoe het met deze zoon verder is gegaan.

Het oudste kind van Anna heet Johanna Henrietta Maria van der Linden (1864-1950), zij huwt in Den Bosch op 25-2-1909 met de journalist Henri van Enck (1857-1940) en zij hebben geen nageslacht, zodat met het overlijden van deze Johanna de laatste nazaten van dominee van de Ven uitsterven in 1950.