Spring naar inhoud

BRASTAGI 1929

Brastagi, de koele bergplaats. Waar in de koloniale tijd generaties Nederlanders het koudere klimaat hebben opgezocht om bij te komen van de hitte. Er groeiden zelfs aardbeien, wil het verhaal. Tegenwoordig wordt het druk bezocht door toeristen die hier overnachten op weg naar Batakland en het Tobameer. Hieronder enkele foto’s afkomstig uit een verre hoek van de familie, gemaakt omstreeks eind jaren 20. De fotograaf is onbekend. De foto’s kunnen zelf zijn gemaakt of zijn gekocht. De foto’s betreffen de omgeving van het Tobameer. Enkele foto’s betreffen het lepra-oord ‘Laoe si momo’. De kenner zal direct enkele bekende markante of toeristische ‘spots’ herkennen.

 Dan stegen ze …. stegen ze …. Scherp werden de bochten. Steil, de weg, uitgehouwen in de rotsen….IJl en zuiver, als het kristallijnen bronwater, de lucht…. Nu vloeide de weg als het ware ineens uit de hoogvlakte. een wijd, wijd grasland… golvende heuvels; op den achtergrond het zware bosch en de twee vulkanen: brokkelige, stugge steenbonk, de Sibajak, met zijn gescheurden top en breede zwavelkloof. En, in het Zuid-Westen, de slanke, hóóg-rijzende kegel van den Sinabong. Niets stond er op die geweldige grasvlakten….Ze golfden van heuveltop tot heuveltop….Ze strekten zich uit, waar de bodem vlak was….Wat karbouwen weidden daar….hun kolossale zwarte lijven en praehistorische koppen met de gevaarlijke hoorns, geheel in overeenstemming met dit praehistorisch landschap, dat van menschenhanden onberoerd nog leek….
En dan, een laatsten hoek om….een laatste bocht….daar was Brastagi. Op de grasvlakte waren overal bungalows gebouwd….Bonte bloemen plekten vroolijk tegen al dat groen van gras en het bosch op den achtergrond. De meesten dezer bungalows waren rusthuizen van de cultuurmaatschappijen, ten gerieve van hun personeel, maar er waren ook enkele privé villatjes. En dwars, op een heuvelrug, stond het nieuwe en eerste hotel, dat uit de verte den vorm had van een ark. Een klein stadje had zich gevormd aan den gouvernementsweg. Winkeltjes waren daar verrezen….natuurlijk het eerst weer van chineezen….een marktplaats was er ook. Elke week tweemaal kwamen daar de Batakkers uit hun kampongs met hun waren. Dan stroomden lange rijen mannen en vrouwen, langs de smalle bergpaden naar beneden, de vrouwen groote vrachten op hun hoofd, de mannen met de kleine batakponnies aan hun hand. In de dalen verbouwen chineesche groenteboeren europeesche groenten….En op de heuvels, kweekten batakvrouwen aardbeien….
(Rubber, Roman uit Deli, M.H. Szekely-Lulofs, 1934)
 

Waterval si-piso-piso.

Petani waterval bij Brastagi

Prapat a/h Tobameer.

De Sibajak met rechtsvoor het internaat, de algemeen openbare Planters School Vereniging (PSV).

Kratermeer op de Sibajak